Kosten uitoefening omgangsrecht niet aftrekbaar

In een vonnis van 9 januari 2004 (DS 8 april 2004) liet de fiscale rechtbank van Leuven een gescheiden vader toe om de kosten die hij had gemaakt bij de uitoefening van zijn omgangsrecht van zijn kinderen, fiscaal in aftrek te brengen. Het hof van beroep van Brussel hervormt dat gunstige vonnis evenwel in een arrest van 20 juni 2007. Een aansporing voor gescheiden ouders om toch maar méér alimentatie te betalen en minder directe uitgaven te doen?

Aan de onderhoudsplicht voor kinderen kan op verschillende manieren worden voldaan. In het merendeel van de gevallen wordt een vast bedrag per maand overgeschreven op de rekening van de ex-partner, waarmee die de kosten voor de kinderen betaalt. Sommige kosten worden rechtstreeks betaald door de ouder bij wie de kinderen verblijven op het ogenblik dat de uitgave wordt gedaan. Aan de alimentatieplicht kan ook in natura worden voldaan, bijvoorbeeld door de kinderen gratis te laten wonen in een woning van de onderhoudsplichtige.

Photo Credit: Hamza Butt

In de rechtspraak wordt algemeen aangenomen dat ook onderhoudsbijdragen in natura ten belope van 80% fiscaal aftrekbaar zijn. Er bestaat echter veel minder duidelijkheid over de vraag wanneer een bepaalde betaling een aftrekbaar onderhoudsgeld is. In een eerdere zaak kwam het hof van beroep van Antwerpen tot de conclusie dat het bedrag dat betaald werd bovenop het bedrag dat door de rechtbank of de overeenkomst voorafgaand aan echtscheiding door onderlinge toestemming was opgelegd, niet aftrekbaar is (arrest van 15 april 1997).

Later meende hetzelfde hof dat verplaatsingskosten in het kader van de uitoefening van het omgangsrecht, de kosten van maaltijden, versnaperingen en uitstapjes tijdens de momenten van het omgangsrecht, niet waren ingegeven door de staat van behoefte van de kinderen of door de levensstandaard van hun ouders. Het gaat dus niet om wettelijk verplichte onderhoudsuitkeringen (arrest van 22 september 1998).

In haar vonnis van 9 januari 2004 liet de rechtbank van Leuven een ander geluid horen. Zij meende dat de onderhoudsverplichting van artikel 203 van het burgerlijk wetboek zeer ruim is en betrekking heeft op het levensonderhoud, de opvoeding en een passende opleiding. Dit omvat ook de kosten die hiervoor gemaakt worden tijdens de uitoefening van het omgangsrecht. Tijdens deze periode kan de betrokken ouder zich van zijn verplichting kwijten in natura. Er bestaat dus wel degelijk een wettelijke basis voor deze uitgaven.

De Staat tekende evenwel beroep aan tegen deze uitspraak. In zijn arrest van 20 juni 2007 sluit het Brusselse hof van beroep zich aan bij de eerdere arresten van Antwerpen. De vraag tot aftrek van de kosten verbonden aan de uitoefening van het omgangsrecht worden afgewezen, omdat zij niet opgenomen waren in de overeenkomst tussen de ex-echtgenoten en bovendien niet bewezen was dat zij waren ingegeven door een staat van behoefte van de kinderen. Zij zijn niet het gevolg van een wettelijke verplichting en dus niet aftrekbaar.

Leave a Comment

You must be logged in to post a comment.